Jack Vlieland is met zijn 950
PAV op reis door Frankrijk.
Onderstaand alvast enige foto's, later uit te breiden met belevenissen van Jack.
|
|
![]() De foto met het Pro Aqua vlaggetje midden in beeld is genomen op de Maas tussen Namur en de franse grens. |
![]() De foto in de tunnel van 600 meter is genomen bij Givet in Frankrijk. De Flylân ligt nu in Charleville en maandag 11 juli 2005 gaan we op weg naar Parijs. We houden u op de hoogte.... |
|
Van Jack hebben we het bericht gekregen dat de reis op 11 juli niet
voortgezet is. Hij is eerst teruggekeerd naar Nederland. Mogelijk wordt op een later tijdstip de reis voorgezet.
De webmaster had na zijn vakantie de volgende mail van Jack in zijn
mailbox.
Het vertrek op 6 juni 2005 ging door. Het was mijn D-day, Doerak-day. Evenals de echte D-day in 1944 was de tocht naar Frankrijk al enkele keren uitgesteld in 2004 en 2005 als gevolg van ziekenhuisopnamen. De plannen om de tocht te gaan maken zijn ook gaan rijpen gedurende de vele weken in het ziekenhuis. Kanker had en heeft me nog steeds te pakken. Maar ik leefde toe naar het moment om te vertrekken zodra ik me goed voelde. En dat gebeurde eindelijk op 6 juni 2005. Ik had nauwelijks ervaring met het varen met een motorschip. Gezeild had ik wel veel, vooral met een Laser aan de Noordzeekust, Frankrijk en Denemarken. Maar dat is toch wel wat anders. In 2003 begon ik met het verzamelen van vaarinformatie voor de grote tocht, ging motorboten bekijken, haalde het VB1, Marifoon-certificaat en een snelcursus dieseltechniek. Ik wist welk type schip ik wilde hebben, een Bakdekkruiser uit 1930/1940 met mooie lijnen. Maar het werd een Doerak 950 PAV en dat is toch wel heel iets anders, maar wel praktischer. De oriëntatie naar de Doerak bracht me in Meppel bij Pro Aqua bij Henk Nijboer en Herman Veenstra. Met Erik maakte ik een proefvaart op zijn 950 AK. Het werd steeds duidelijker voor me wat ik wilde kopen: een 950 PAV, want een achterkajuit wilde ik hebben en een ruime toiletruimte met wasbak voor de verzorging van mijn stoma, die ik als gevolg van de kanker had gekregen. Verder een reling om het vele sluiswerk veiliger te maken en een cabrioletkap om optimaal te genieten van het mooie weer in Frankrijk. Ik kocht in oktober 2004 het schip en noemde het schip Flylân, het Fries voor Vlieland. Herman Veenstra gaf mij en mijn vrouw Corrie half mei enkele uren vaarles op het water bij Pro Aqua en vrijdag 20 mei zou ik voor het eerst zonder instructeur een weekend gaan varen in de omgeving van de Weerribben. Niek , Aat en de ervaren sluizennemer Harm gingen mee. Bij één van de instructievaarten was geconstateerd dat de dynamo niet goed laadde en dat de nieuwe kachel diesel lekte. Toen we vrijdagmiddag 20 mei in Meppel kwamen, lag het motorruim nog open voor de reparatie van de dynamo. Een half uurtje nog zei Henk en dan kan je weg. Tammo, die ook op de werf werkt legde me ondertussen uit hoe de motor werkte en waar alle afsluiters, knoppen, slangen etc voor dienden. Per omgeluk schopte ik een moer van de dynamo die op de vloer lag, zo in het motorruim. Henk ging op zijn buik liggen en graaide onder de motor en haalde twee stukken ijzer naar boven: één moer van de dynamo en nog een stuk ijzer en dat bleek een afgebroken stuk van de motorsteun te zijn. Dat is een probleem, want dat repareer je niet zo snel.
Dat betekende geen oefentocht met de Flylân, maar ik kreeg als service de Ostara mee en zo voeren we dan om 1400 uur het Meppelerdiep op, vol met proviand, vis ( want we komen uit Katwijk) en bier en met toch een goed humeur naar de Beulakerweide. Mijn eerste sluis was de Beulakersluis en dat was een makkie met 3 man sterk in het gangboord en gemakkelijke touwen aan de sluiswand om je aan vast te houden. Als alle 1001 sluizen naar Zuid Frankrijk zo waren, dan viel dat wel mee. Dat er ook andere sluizen waren en andere situaties, daar ben ik later wel door kleine schade en grote schande achter gekomen. We gingen voor wal op de Beulakerweide en het was prachtig en reuze gezellig. Kalenberg en Blokzijl werden bezocht en we gingen de tweede nacht voor anker op het Kadoelermeer, net voorbij Blokzijl. Konden we de theorie van de ankerpeiling gaan toepassen. De derde nacht sliepen we weer op de Beulakerweide. Ik voelde de ervaring met het varen met een motorboot na een paar dagen al groeien. Het weekend daarop werd er weer gevaren en dit keer met de Flylân. In de week ertussen werd er gesleuteld aan motor en werd de kachel in orde gemaakt. Alles werd prima in orde gemaakt door Pro Aqua, uitstekende service. Het tweede weekend ging de tocht via het Ganzendiep naar de IJssel om een beetje de sfeer te proeven op een grote stromende rivier met vrachtschepen en blauwe borden. Het ging allemaal goed, ook de Spooldersluis die in vergelijking met de Beulakersluis of de sluis bij Blokzijl, een echte sluis is. En het werd 6 juni, D-day. Met de trein vanuit Leiden via Hillegom, waar Ton instapte, naar Meppel. In Meppel stond Dick al te wachten en met z’n drieën in de taxi naar Pro Aqua. Om 14.00 uur passeerden we de bruggen van Meppel en legden de boot even buiten Meppel aan de wal in het haventje van Rijkswaterstaat om te eten. Vis had ik meegenomen in de koeltas en zo begon al een beetje het leven als God in Frankrijk. Die avond sliepen we in het grachtje van Hasselt die aan de ene kant Heerengracht en aan de andere kant Brouwersgracht heette. Een prachtig stadje. Op 7 juni voeren we naar Zutphen. Weer door de Spooldersluis, maar dit keer ging dat niet zo goed als het vorige weekend. Een voor mij nieuwe situatie was de straffe wind achter op de kont en ik lag dwars in de sluis. Ook eens meegemaakt. Verder geen problemen. Allereerst niet veel beroepsvaart, maar dan bij Olst, twee oplopers, een tegenligger en vervolgens 3 schepen met blauwe borden, zodat we gaan uitwijken naar bakboord. De bocht afsnijden scheelt toch gauw een kleine 3 kilometer per uur lees ik af op de GPS, dus we gaan varen als een schip met een blauw bord. Soms maak ik ook gebruik van de marifoon om aan te geven dat ik stuurboord / stuurboord wil passeren als het onduidelijk is omdat niet elke beroeps gebruik maakt van blauwe borden. Dan krijgen we de haven van Zutphen. In de almanak wordt gewaarschuwd voor een sterke neerstroom bij de smalle ingang. Dat was toch wel heel spannend, ook omdat je niet weet hoe de haven er uit ziet na het passeren van de smalle ingang. Het scheve groene baken geeft aan dat het wel eens mis kan gaan. Ik hou de motor op toeren om niet verrast te worden door de stroom en ineens liggen we in de haven en ik zet de motor snel in zijn achteruit en meer als een volleerde schipper aan de aanlegsteiger. In de haven zit de bemanning van enkele boten heerlijk op het dek met een glaasje wijn te kijken hoe de schippers de klus klaren. Om mij viel in ieder geval niet te lachen en dat had wel gekund zonder al te veel ervaring. Maar de stuurmanskunst werd nog eens op de proef gesteld doordat ik achter in de haven in een smalle box mocht aanleggen, ook dat was nieuw voor mij. En ook dat ging goed.
En zo vertrokken we de volgende dag naar Arnhem, waar we een heerlijke plaats hadden bij Jason. Sensationeel vond ik het moment dat we de Rijn opdraaiden. Van een snelheid tegenstroom van 6,5 kilometer ineens naar 14,5 km stroom mee. Waar waren de waterskies?? Waterskien achter een Doerak, dat zou een mooi plaatje opleveren. Nog harder ging het de volgende dag op de Waal, 16,5 kilometer. We waren zeer snel bij het Maas Waal kanaal en vroegen per marifoon aan de verkeersleiding of we het kanaal konden indraaien. Bij de sluis moesten van de sluiswachter wachten op de geladen tanker die als eerste naar binnen ging. U kunt er achteraan zei de sluiswachter en dat deed ik. En dat had ik dus niet moeten doen. Langzaam ging de tanker de sluis in en ik volgde. Ik had nog niet aangelegd en plotseling gingen alle schroeven van de tanker in z’n achteruit en golven van tientallen centimeters hoog kwamen op me af. Als een tol ging de Flylân met Vlieland en de bemanning door de sluis. Tweemaal een pirouette in de sluis en niets geraakt door flink gas in z’n achteruit of vooruit te geven op die momenten dat de sluiswand te dichtbij kwam. De bemanning van de tanker met cement aan boord en waarvan de naam eindigde op gracht, keek niet op of om, maar ik vermoed dat ze hard hebben gelachen. Weer wat geleerd, niet gelijk er achteraan, wacht tot de beroeps is uitgedold en dan pas binnenvaren en aanleggen. De sluiswachter wacht maar, want wachten is zijn beroep.We verspeelden in dezelfde sluis ook nog een landvast die Dick los-vast om de middenbolder had geslagen. Het stanleymes lag klaar en roetsj, daar ging de landvast los, keurig doorgesneden bij de lus, zoals het me theoretisch was bijgebracht. En ’s avonds kon Dick er een nieuw oog in splitsen, want dat had hij geleerd in een wintercursus touwbehandeling. Aan het eind van de middag leggen we aan in Gennep. Wiel , de havenmeester staat aan het begin van de haven op ons te wachten en wijst ons een mooi plaatsje bij het grasveld achter een schip met een zwarte vlag. “Hi folks, come on board and have a glass of beer”. Dat was Don uit Nieuw Zeeland die in Stavoren een boot had gekocht en samen met zijn Koreaanse vriendin op weg was naar Parijs. Hij vroeg honderduit over het varen in Nederland, België en Frankrijk. Hij had een grote autokaart van Europa als vaarkaart, had nog nooit van blauwe borden gehoord, vond het inderdaad vreemd dat de schepen zomaar zijn kant op kwamen en ik vroeg hem of hij ook marifoon had. Dat wist hij niet en samen gingen we kijken naar het instrumentenpaneel. Hij duwde ergens aan, een sirene loeide door de jachthaven. Er was ook een microfoon en weer zat Don aan een knop en een luidspreker gaf plots onze conversatie weer in de jachthaven en Don brulde opeens: “ Wiel, bring us some beer please”, luid en duidelijk over het water. Don was een echte avonturier, hij had wedstrijden op de Oceaan gevaren in de meest vreselijke omstandigheden en was nergens bang voor. Het werd reuze gezellig die avond met gitaar en lekker buiten eten . Ook werd er serieus gesproken. Hij was nergens bang voor, alleen voor kanker. Een zoontje van 12 en zijn vrouw had hij er aan verloren en we spraken uiteraard ook over mijn ziekte. De volgende dag gingen we eerder weg en we hadden min of meer afgesproken elkaar in Roermond of Maastricht weer te ontmoeten. In Arcen legden we aan in het kleine vluchthaventje, de Shell IV , een mooi oud schip lag er en er was nog ruimte voor een schip evenwijdig aan het water. We maakten haring schoon en hadden een heerlijke lunch met een glaasje witte wijn achter op het dek. Er kwamen wat vrachtschepen voorbij en ook weer een schip van de dezelfde Amsterdamse maatschappij met eveneens een naam eindigend op gracht. Die ging veel harder dan de overige vrachtschepen en de deining was enorm. De Flylân ging als een zeilboot bij windkracht 8 te keer en de reling dreigde onder de walkant te komen. Het kommaliewant in het kombuis kletterde op de vloer.
Piraten zijn het, vertelde ons later in België een oud-schipper die jaren vracht had gevaren. Ze racen over het water tussen Limburg en de randstad en houden met niemand rekening. Een onrustig haventje stond er in almanak, verboden te overnachten. Niets teveel gezegd. De avond van 10 juni liggen we in Roermond. We eten die avond heerlijke asperges die we ‘s middags in Arcen hadden gekocht. Een grote haven en daardoor niet erg gezellig. Roermond stad is wel gezellig met leuke cafeetjes. De volgende dag naar Maastricht. Vlak voor Maastricht zien we de Nieuw Zeelander varen en ik had hem verteld dat na de brug direct aan stuurboord de sluis is naar het Bassin. Don gaat richting de Zuid Willemsvaart, houdt stuurboord wal en ziet een vrachtschip met blauw bord omhoog, recht op hem afvaren. Die wil de Zuid Willemsvaart in, maar dat weet Don waarschijnlijk niet. Ze komen angstvallig dicht bij elkaar, de vrachtschipper kan in de dode hoek volgens mij het schip van Don niet meer zien. Op het laatste moment gooit Don het roer om naar bakboord met volle kracht. Het gaat net goed. Dat was een angstig moment zei Don me later in het Bassin: ik herinnerde me opeens wat je mij in Gennep over blauwe borden had verteld en had niet door dat het schip me wilde kruisen om het Zuid Willemskanaal in te gaan. Die avond gaan we met z’n allen de stad in en bezoeken de Romeinse resten onder in het hotel Derlon. Ik vertel Don over de automatische sluizen in Frankrijk die je zelf opent met een detectieapparaatje en vervolgens het schutten in werking stelt door een blauwe stang omhoog te duwen. Het is alsof je een WC doortrekt, de sluisdeur gaat dicht en het water stort naar binnen. De volgende dag vertrekken we uit Maastricht op weg naar België, naar de sluis met het enorme verval van bijna 12 meter. Zal alles werken? BELGIË DOOR, NAAR CHARLEVILLE MEZIÈRES. Zondag 12 juni varen om bij tienen het Bassin uit richting België. We zijn vrij snel bij de grote sluis Lanaye in België, met een verval van bijna 12 meter. Er
zijn 3 sluizen, 1 grote en 2 kleine. Ik vaar achter een rondvaartboot aan
die naar de meest rechtse sluis vaart want daar staat het licht op groen.
Langzaam vaart de rondvaartboot naar binnen en ik wil ook naar binnen,
maar opeens gaat het licht op rood. Met de auto heb je eerst nog oranje,
maar met een schip niet, dus ik stop.Daar lig je dan. Tegen
3 uur liggen we aan de kade van Luik, waar het markt is. De meeste
kraampjes zijn aan het sluiten, maar we kunnen nog 3 heerlijke broodjes
met zuurkool en worst bemachtigen. De eigenaar van de zuurkooltent maakt
een praatje met ons, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Door
de golfslag van de snel voorbijvarende vrachtschepen, lig je daar niet
echt rustig en we nemen spoedig afscheid en varen door naar Hoei oftewel
Huy in het Frans. Maandag 13 juni. We vertrekken om 9 uur uit het haventje van Huy en leggen na een paar honderd meter aan bakboord aan om te tanken .Met de jerrycan halen we 3 x 10 liter en dat is voldoende om Namen te halen. Goed dat we een heveltje hebben meegenomen, anders is het toch lastig zoniet onmogelijk om zonder morsen de diesel naar binnen te werken. We varen 2 kilometer verder en leggen na de brug aan stuurboord aan om inkopen te doen. Ontbijt hebben we nog niet gehad en bij de brug is een Carrefour waar we inkopen doen voor de dag en heerlijke pain au chocolat en croissants voor het ontbijt. Ik laat tevens bij de Carrefour reservesleutels aanmaken voor het schip, want die had ik nog niet en mijn ervaring is dat je altijd sleutels verliest als je geen reservesleutels hebt. De bediening van de sluizen die we tegenkomen gaat vlot en trouw stap ik telkens van boord om een stempel te halen in het kantoortje van de sluiswachter. Tussen
de middag leggen we aan in de port de plaisance de Beez een kilometer of 6
voor Namen. Wat een mooie locatie en een vriendelijke havenmeester. Je
ligt heerlijk beschut voor de golven en hebt een prachtig uitzicht op de
rotsen. Ja, dat vergat ik nog wel te schrijven, de Maas is hier al
prachtig mooi geworden. Onvergelijkbaar met het stuk tot aan Huy.
Het is dinsdag 14 juni en het weer is prachtig. We douchen in een prima voorziening, ontbijten, afrekenen en tanken in deze haven. We hebben er 52 draaiuren opzitten en de pomp slaat af bij 140 liter. In Meppel zijn we vol weggevaren, hebben in Huy nog 30 liter met jerrycans er ingegooid , dus het verbruik ligt tegen de 3,5 liter per draaiuur. Dat valt me mee. Jammer dat er niet meer in gaat dan 200 liter, want 60 cent de liter is niet duur. Bij de grens straks nog maar eens bijvullen. De
Maas wordt nu echt heel mooi. We zien onderweg een prachtig kasteeltje aan
het water liggen en nemen een foto vanaf het schip met op de voorgrond het
vlaggetje van Pro Aqua. Binnen
enkele uren zijn we in Dinant en gaan bakboord uit om aan te leggen. Aan
stuurboordzijde liggen ook een paar boten, maar die zouden er illegaal
liggen had ik ergens gelezen. Speciaal voor Nederlanders denk ik, die voor
niks willen liggen. Ik
had niets gezien en al spoedig was het ijs gebroken en hebben we gezellig
gepraat. Woensdag 15 juni.
Om
13.00 uur verlaten we met 5 andere schepen in flottielje België. 14.00
uur.Op het terras op het plein van Givet bestellen we stokbrood en bier.
Het is heerlijk weer en we besluiten om in Givet te blijven liggen. Donderdag 16 juni. De
douche gaat niet eerder open dan 09.00 uur. Een vreemde regeling, maar we
benutten de tijd om stokbrood te halen, te ontbijten en de watertank te
vullen. Tegen
lunchtijd leggen we aan in Haybes, een leuke aanlegplaats. We kopen
stokbrood en genieten van het mooie weer. We gaan verder naar Fumay. We
kunnen nog net aanleggen en liggen aan een kade met prachtige oude huizen. Vrijdag 17 juni.
We gaan weer op pad en de koeling doet het goed. Weer wat geleerd! De
Maas is hier werkelijk prachtig. We
zijn een groot gedeelte van de dag de sluizen gepasseerd met
voor ons een oude Rijkswaterstaat- of Douaneboot uit Waddinxveen.
De schipper klimt via de sluistrap telkens omhoog om eerst de lijnen van
zijn schip vast te maken en neemt dan vervolgens onze lijnen in ontvangst,
legt ze om de bolder, en geeft ze terug. We hoeven het schip niet af.
Lekker makkelijk. Zaterdag 18 juni.
We
gaan varen en daar is de boot uit Waddinxveen weer. De sluizenrol is weer
hetzelfde als de dag ervoor en de schipper vindt dat geen enkel probleem. Ik
maak afspraken met de beheerder van de camping, tevens havenmeester. Zij
bellen als er problemen zijn en zullen elke nacht surveilleren als ook de
ronde op de camping wordt gemaakt. Ik zocht in mijn beste Frans naar een
equivalent voor “oogje in het zeil houden” en terwijl ik wat
koeterwaals sprak, kwam daar het surveilleren naar boven en het was
duidelijk. A bientôt. Reactie of vragen naar jackvlieland@cs.com
|