Geen frames? Klik hier...

Jack Vlieland is met zijn 950 PAV op reis door Frankrijk.
Onderstaand alvast enige foto's, later uit te breiden met belevenissen van Jack.


De eerste vaartocht gaat van Meppel naar Charleville Mezieres en heeft 14 dagen geduurd.
De foto van het schip is genomen in Namur.


De foto met het Pro Aqua vlaggetje midden in beeld is genomen op de Maas tussen Namur en de franse grens.

De foto in de tunnel  van 600 meter is genomen bij Givet in Frankrijk.

De Flylân ligt nu in Charleville en maandag 11 juli 2005 gaan we op weg naar Parijs.

We houden u op de hoogte....

Van Jack hebben we het bericht gekregen dat de reis op 11 juli niet voortgezet is.
Hij is eerst teruggekeerd naar Nederland.
Mogelijk wordt op een later tijdstip de reis voorgezet.

 

De webmaster had na zijn vakantie de volgende mail van Jack in zijn mailbox.
Met diep respect voor het doorzettingsvermogen van Jack, plaatsen wij bij dezen zijn eerste belevenissen.

 

Het vertrek op 6 juni 2005 ging door.

Het was mijn D-day, Doerak-day. Evenals de echte D-day in 1944 was de tocht naar Frankrijk al enkele keren uitgesteld in 2004 en 2005 als gevolg van ziekenhuisopnamen.

De plannen om de tocht te gaan maken zijn ook gaan rijpen gedurende de vele weken in het ziekenhuis. Kanker had en heeft me nog steeds te pakken. Maar ik leefde toe naar het moment om te vertrekken zodra ik me goed voelde. En dat gebeurde eindelijk op 6 juni 2005.

 

Ik had nauwelijks ervaring met het varen met een motorschip. Gezeild had ik wel veel, vooral met een Laser aan de Noordzeekust, Frankrijk en Denemarken. Maar dat is toch wel wat anders. In 2003 begon ik met het verzamelen van vaarinformatie voor de grote tocht, ging motorboten bekijken, haalde het VB1, Marifoon-certificaat en een snelcursus dieseltechniek.

Ik wist welk type schip ik wilde hebben, een Bakdekkruiser uit 1930/1940 met mooie lijnen.

Maar het werd een Doerak 950 PAV en dat is toch wel heel iets anders, maar wel praktischer.

De oriëntatie naar de Doerak bracht me in Meppel bij Pro Aqua bij Henk Nijboer en Herman Veenstra. Met Erik maakte ik een proefvaart op zijn 950 AK. Het werd steeds duidelijker voor me wat ik wilde kopen: een 950 PAV, want een achterkajuit wilde ik hebben en een ruime toiletruimte met wasbak voor de verzorging van mijn stoma, die ik als gevolg van de kanker had gekregen. Verder een reling om het vele sluiswerk veiliger te maken en een cabrioletkap om optimaal te genieten van het mooie weer in Frankrijk.

Ik kocht in oktober 2004 het schip en noemde het schip Flylân, het Fries voor Vlieland. Herman Veenstra gaf mij en mijn vrouw Corrie half mei enkele uren vaarles op het water bij Pro Aqua en vrijdag 20 mei zou ik voor het eerst zonder instructeur een weekend gaan varen in de omgeving van de Weerribben. Niek , Aat en de ervaren sluizennemer Harm gingen mee. Bij één van de instructievaarten was geconstateerd dat de dynamo niet goed laadde en dat de nieuwe kachel diesel lekte.

Toen we vrijdagmiddag 20 mei in Meppel kwamen, lag het motorruim nog open voor de reparatie van de dynamo. Een half uurtje nog zei Henk en dan kan je weg. Tammo, die ook op de werf werkt legde me ondertussen uit hoe de motor werkte en waar alle afsluiters, knoppen, slangen etc voor dienden. Per omgeluk schopte ik een moer van de dynamo die op de vloer lag, zo in het motorruim. Henk ging op zijn buik liggen en graaide onder de motor en haalde twee stukken ijzer naar boven: één moer van de dynamo en nog een stuk ijzer en dat bleek een afgebroken stuk van de motorsteun te zijn. Dat is een probleem, want dat repareer je niet zo snel.


 Dat betekende geen oefentocht met de Flylân, maar ik kreeg als service de Ostara mee en zo voeren we dan om 1400 uur het Meppelerdiep op, vol met proviand, vis ( want we komen uit Katwijk) en bier en met toch een goed humeur naar de Beulakerweide. Mijn eerste sluis was de Beulakersluis en dat was een makkie met 3 man sterk in het gangboord en gemakkelijke touwen aan de sluiswand om je aan vast te houden. Als alle 1001 sluizen naar Zuid Frankrijk zo waren, dan viel dat wel mee. Dat er ook andere sluizen waren en andere situaties, daar ben ik later wel door kleine schade en grote schande achter gekomen.

We gingen voor wal op de Beulakerweide en het was prachtig en reuze gezellig. Kalenberg en Blokzijl werden bezocht en we gingen de tweede nacht voor anker op het Kadoelermeer, net voorbij Blokzijl. Konden we de theorie van de ankerpeiling gaan toepassen. De derde nacht sliepen we weer op de Beulakerweide. Ik voelde de ervaring met het varen met een motorboot na een paar dagen al groeien.

Het weekend daarop werd er weer gevaren en dit keer met de Flylân. In de week ertussen werd er gesleuteld aan motor en werd de kachel in orde gemaakt. Alles werd prima in orde gemaakt door Pro Aqua, uitstekende service.

Het tweede weekend ging de tocht via het Ganzendiep naar de IJssel om een beetje de sfeer te proeven op een grote stromende rivier met vrachtschepen en blauwe borden. Het ging allemaal goed, ook de Spooldersluis die in vergelijking met de Beulakersluis of de sluis bij Blokzijl, een echte sluis is.

En het werd 6 juni, D-day. Met de trein vanuit Leiden via Hillegom, waar Ton instapte, naar Meppel. In Meppel stond Dick al te wachten en met z’n drieën in de taxi naar Pro Aqua.

Om 14.00 uur passeerden we de bruggen van Meppel en legden de boot even buiten Meppel aan de wal in het haventje van Rijkswaterstaat om te eten. Vis had ik meegenomen in de koeltas en zo begon al een beetje het leven als God in Frankrijk.

Die avond sliepen we in het grachtje van Hasselt die aan de ene kant Heerengracht en aan de andere kant Brouwersgracht heette. Een prachtig stadje.

Op 7 juni voeren we naar Zutphen. Weer door de Spooldersluis, maar dit keer ging dat niet zo goed als het vorige weekend. Een voor mij nieuwe situatie was de straffe wind achter op de kont en ik lag dwars in de sluis. Ook eens meegemaakt. Verder geen problemen.

Allereerst niet veel beroepsvaart, maar dan bij Olst, twee oplopers, een tegenligger en vervolgens 3 schepen met blauwe borden, zodat we gaan uitwijken naar bakboord. De bocht afsnijden scheelt toch gauw een kleine 3 kilometer per uur lees ik af op de GPS, dus we gaan varen als een schip met een blauw bord. Soms maak ik ook gebruik van de marifoon om aan te geven dat ik stuurboord / stuurboord wil passeren als het onduidelijk is omdat niet elke beroeps gebruik maakt van blauwe borden.

Dan krijgen we de haven van Zutphen. In de almanak wordt gewaarschuwd voor een sterke neerstroom bij de smalle ingang. Dat was toch wel heel spannend, ook omdat je niet weet hoe de haven er uit ziet na het passeren van de smalle ingang. Het scheve groene baken geeft aan dat het wel eens mis kan gaan. Ik hou de motor op toeren om niet verrast te worden door de stroom en ineens liggen we in de haven en ik zet de motor snel in zijn achteruit en meer als een volleerde schipper aan de aanlegsteiger. In de haven zit de bemanning van enkele boten heerlijk op het dek met een glaasje wijn te kijken hoe de schippers de klus klaren. Om mij viel in ieder geval niet te lachen en dat had wel gekund zonder al te veel ervaring. Maar de stuurmanskunst werd nog eens op de proef gesteld doordat ik achter in de haven in een smalle box mocht aanleggen, ook dat was nieuw voor mij. En ook dat ging goed.


 

En zo vertrokken we de volgende dag naar Arnhem, waar we een heerlijke plaats hadden bij Jason. Sensationeel vond ik het moment dat we de Rijn opdraaiden. Van een snelheid tegenstroom van 6,5 kilometer ineens naar 14,5 km stroom mee. Waar waren de waterskies?? Waterskien achter een Doerak, dat zou een mooi plaatje opleveren.

Nog harder ging het de volgende dag op de Waal, 16,5 kilometer. We waren zeer snel bij het Maas Waal kanaal en vroegen per marifoon aan de verkeersleiding of we het kanaal konden indraaien. Bij de sluis moesten van de sluiswachter wachten op de geladen tanker die als eerste naar binnen ging. U kunt er achteraan zei de sluiswachter en dat deed ik. En dat had ik dus niet moeten doen.

Langzaam ging de tanker de sluis in en ik volgde. Ik had nog niet aangelegd en plotseling gingen alle schroeven van de tanker in z’n achteruit en golven van tientallen centimeters hoog kwamen op me af. Als een tol ging de Flylân met Vlieland en de bemanning door de sluis.

Tweemaal een pirouette in de sluis en niets geraakt door flink gas in z’n achteruit of vooruit te geven op die momenten dat de sluiswand te dichtbij kwam. De bemanning van de tanker met cement aan boord en waarvan de naam eindigde op gracht, keek niet op of om, maar ik vermoed dat ze hard hebben gelachen. Weer wat geleerd, niet gelijk er achteraan, wacht tot de beroeps is uitgedold en dan pas  binnenvaren en aanleggen. De sluiswachter wacht maar, want wachten is zijn beroep.We verspeelden in dezelfde sluis ook nog een landvast die Dick los-vast om de middenbolder had geslagen. Het stanleymes lag klaar en roetsj, daar ging de landvast los, keurig doorgesneden bij de lus, zoals het me theoretisch was bijgebracht. En ’s avonds kon Dick er een nieuw oog in splitsen, want dat had hij geleerd in een wintercursus touwbehandeling.

Aan het eind van de middag leggen we aan in Gennep. Wiel , de havenmeester staat aan het begin van de haven op ons te wachten en wijst ons een mooi plaatsje bij het grasveld achter een schip met een zwarte vlag. “Hi folks, come on board and have a glass of beer”. Dat was Don uit Nieuw Zeeland die in Stavoren een boot had gekocht en samen met zijn Koreaanse vriendin op weg was naar Parijs. Hij vroeg honderduit over het varen in Nederland, België en Frankrijk. Hij had een grote autokaart van Europa als vaarkaart, had nog nooit van blauwe borden gehoord, vond het inderdaad vreemd dat de schepen zomaar zijn kant op kwamen en ik vroeg hem of hij ook marifoon had. Dat wist hij niet en samen gingen we kijken naar het instrumentenpaneel. Hij duwde ergens aan, een sirene loeide door de jachthaven. Er was ook een microfoon en weer zat Don aan een knop en een luidspreker gaf plots onze conversatie weer in de jachthaven en Don brulde opeens: “ Wiel, bring us some beer please”, luid en duidelijk over het water. Don was een echte avonturier, hij had wedstrijden op de Oceaan gevaren in de meest vreselijke omstandigheden en was nergens bang voor. Het werd reuze gezellig die avond met gitaar en lekker buiten eten . Ook werd er serieus gesproken. Hij was nergens bang voor, alleen voor kanker. Een zoontje van 12 en zijn vrouw had hij er aan verloren en we spraken uiteraard ook over mijn ziekte.

De volgende dag gingen we eerder weg en we hadden min of meer afgesproken elkaar in Roermond of Maastricht weer te ontmoeten.

In Arcen legden we aan in het kleine vluchthaventje, de Shell IV , een mooi oud schip lag er en er was nog ruimte voor een schip evenwijdig aan het water. We maakten haring schoon en hadden een heerlijke lunch met een glaasje witte wijn achter op het dek. Er kwamen wat vrachtschepen voorbij en ook weer een schip van de dezelfde Amsterdamse maatschappij met eveneens een naam eindigend op gracht. Die ging veel harder dan de overige vrachtschepen en de deining was enorm. De Flylân ging als een zeilboot bij windkracht 8 te keer en de reling dreigde onder de walkant te komen. Het kommaliewant in het kombuis kletterde op de vloer.


Piraten zijn het, vertelde ons later in België een oud-schipper die jaren vracht had gevaren. Ze racen over het water tussen Limburg en de randstad en houden met niemand rekening.

Een onrustig haventje stond er in almanak, verboden te overnachten. Niets teveel gezegd.

De avond van 10 juni liggen we in Roermond. We eten die avond heerlijke asperges die we ‘s middags in Arcen hadden gekocht. Een grote haven en daardoor niet erg gezellig. Roermond stad is wel gezellig met leuke cafeetjes.

De volgende dag naar Maastricht. Vlak voor Maastricht zien we de Nieuw Zeelander varen en ik had hem verteld dat na de brug direct aan stuurboord de sluis is naar het Bassin. Don gaat richting de Zuid Willemsvaart, houdt stuurboord wal en ziet een vrachtschip met blauw bord omhoog, recht op hem afvaren. Die wil de Zuid Willemsvaart in, maar dat weet Don waarschijnlijk niet. Ze komen angstvallig dicht bij elkaar, de vrachtschipper kan in de dode hoek volgens mij het schip van Don niet meer zien. Op het laatste moment gooit Don het roer om naar bakboord met volle kracht. Het gaat net goed. Dat was een angstig moment zei Don me later in het Bassin: ik herinnerde me opeens wat je mij in Gennep over blauwe borden had verteld en had niet door dat het schip me wilde kruisen om het Zuid Willemskanaal in te gaan.

Die avond gaan we met z’n allen de stad in en bezoeken de Romeinse resten onder in het hotel Derlon.

Ik vertel Don over de automatische sluizen in Frankrijk die je zelf opent met een detectieapparaatje en vervolgens het schutten in werking stelt door een blauwe stang omhoog te duwen. Het is alsof je een WC doortrekt, de sluisdeur gaat dicht en het water stort naar binnen.

De volgende dag vertrekken we uit Maastricht op weg naar België, naar de sluis met het enorme verval van bijna 12 meter. Zal alles werken?

 

BELGIË DOOR, NAAR CHARLEVILLE MEZIÈRES.

 

Zondag 12 juni varen om bij tienen het Bassin uit richting België. We zijn vrij snel bij de grote sluis Lanaye in België, met een verval van bijna 12 meter.

Er zijn 3 sluizen, 1 grote en 2 kleine. Ik vaar achter een rondvaartboot aan die naar de meest rechtse sluis vaart want daar staat het licht op groen. Langzaam vaart de rondvaartboot naar binnen en ik wil ook naar binnen, maar opeens gaat het licht op rood. Met de auto heb je eerst nog oranje, maar met een schip niet, dus ik stop.Daar lig je dan.
De marifoon moet uitkomst brengen, en ik zet de marifoon op kanaal 18.
Eerst maar in het Nederlands, want Frans is toch wel moeilijk en zeker voor de eerste keer. Geen antwoord.
Dan in het Frans, want je zit in de Voerstreek en daar wil men Frans spreken en misschien zit er wel familie van Happart vandaag achter de knoppen.
Bonjour écluse Lanaye, ici plaisancier Flylân. Je voudrais passer l ´écluse.
Pas de response.
Nog eens in het Frans, dan weer Nederlands . Response s’il vout plaît. Geen antwoord, Merde!
Kanaal 10 dan, ook geen succes.Geen enkele andere boot in de buurt die wellicht opgemerkt wordt door de sluiswachters die hoog en droog op zeker 20 meter in hun hok zitten.
Er is een ladder en ik vraag aan Dick en Ton wie er omhoog wil klimmen. Ton heeft hoogtevrees en Dick een beetje en de schipper die moet aan boord blijven vind ik.
Dick klimt dapper omhoog en komt na verloop van tijd terug met de mededeling dat we de meest linkse sluis moeten hebben, de grote met de drijvende bolders.
Hij had ook geïnformeerd waarom de sluis voor ons op rood sprong.
Die sluis werkt niet op zondag. Maar die rondvaartboot dan?
Dat is een uitzondering. Dick spreekt goed Frans want hij heeft jaren in België gewerkt.
Zo gaat dat altijd in België, zegt hij.
Iets mag niet, maar er zijn uitzonderingen.
Iets moet, maar soms ook niet, als je de weg kent .
En de oproep via de marifoon dan? Niets gehoord.
We varen de boot de sluis in en kijken tegen een muur van beton. Ik voel me erg klein. Het schutten gaat prima met die drijvende bolders.
We zijn boven met nog twee andere schepen en wachten tot de sluisdeur opengaat, maar die gaat niet open. Het raampje van het sluiswachterhuis gaat open en in gebroken Nederlands wordt geroepen: “Vlakkebrief, papieren!
Ik wist dat ik vaargeld moest betalen bij binnenkomst in België, en dat was dus hier.
Ik klim de trap op en geef aan één van de twee mannen mijn papieren en die gaat achter de computer van alles invoeren. Ik krijg een document in tweevoud mee, en ik moet betalen:
un Euro cinq, voor het gehele traject tot aan de Franse grens.
De Elfsluizentocht kan beginnen. Anderhalf uur nodig om te schutten. We gaan op weg naar Hoei.
Het Albertkanaal is saai en lelijk. Wat opvalt, zijn de borden aan de kant die aangeven dat het verboden is te ankeren en het bijzondere aan de afbeelding is dat het anker is afgebeeld met de vloeien naar boven. Wellicht is het bedoeld voor luchtschepen.

Tegen 3 uur liggen we aan de kade van Luik, waar het markt is. De meeste kraampjes zijn aan het sluiten, maar we kunnen nog 3 heerlijke broodjes met zuurkool en worst bemachtigen. De eigenaar van de zuurkooltent maakt een praatje met ons, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Door de golfslag van de snel voorbijvarende vrachtschepen, lig je daar niet echt rustig en we nemen spoedig afscheid en varen door naar Hoei oftewel Huy in het Frans.
Volgens de theoretische berekeningen van het aantal draaiuren maal  het verbruik per uur, komt de bodem van de tank in zicht. Dat wil zeggen nog een liter of 20/ 30. Onderweg was alles dicht op zondag, maar Hoei halen we wel en daar is volgens de almanak een tankstation.
Nou  mooi niet, blijkt later als we in de jachthaven van Hoei liggen en navraag doen bij de uitbater van het clubhuis. De eerstvolgende mogelijkheid is Namen en dat halen we niet zonder te tanken. Nou ja, morgen is er weer een dag, het is al over zessen en de fles is nog niet op tafel geweest. De muziek gaat aan en we genieten van de avond. Het eten is in Maastricht al ingekocht en Dick bereidt cassoulet. Smullen!
Na de afwas naar het centrum van Huy dat ruim 2 kilometer verder ligt. We nemen één fiets mee. Een prachtig stadje is Huy  met een mooie Grand Place en uiteraard Belgisch bier.
Als we terugkomen bij de haven is het hek dicht en het bijbehorende clubgebouw donker.
Dan klimmen we over het hek dat gelukkig niet van punten is voorzien en de fiets wordt ook over het hek getakeld. Eén zit boven op het hek en pakt de fiets aan en geeft die door aan degene die al binnen staat. Toilet en douche zijn niet meer bereikbaar in het clubgebouw, maar we hebben zelf alles aan boord, dus zo’n ramp is dat niet.

 

Maandag 13 juni.

We vertrekken  om 9 uur uit het haventje van Huy en leggen na een paar honderd meter aan bakboord aan om te tanken .Met de jerrycan halen we 3 x 10 liter en dat is voldoende om Namen te halen. Goed dat we een heveltje hebben meegenomen, anders is het toch lastig zoniet onmogelijk om zonder morsen de diesel naar binnen te werken. We varen 2 kilometer verder en leggen na de brug aan stuurboord aan om inkopen te doen. Ontbijt hebben we nog niet gehad en bij de brug is een Carrefour waar we inkopen doen voor de dag en heerlijke pain au chocolat en croissants voor het ontbijt.

Ik laat tevens bij de Carrefour reservesleutels aanmaken voor het schip, want die had ik nog niet en mijn ervaring is dat je altijd sleutels verliest als je geen reservesleutels hebt. De bediening van de sluizen die we tegenkomen gaat vlot en trouw stap ik telkens van boord om een stempel te halen in het kantoortje van de sluiswachter.

Tussen de middag leggen we aan in de port de plaisance de Beez een kilometer of 6 voor Namen. Wat een mooie locatie en een vriendelijke havenmeester. Je ligt heerlijk beschut voor de golven en hebt een prachtig uitzicht op de rotsen. Ja, dat vergat ik nog wel te schrijven, de Maas is hier al prachtig mooi geworden. Onvergelijkbaar met het stuk tot aan Huy.
We blijven hier alleen een uurtje om heerlijk in het zonnetje op de steiger te eten. Pas de problème zegt de havenmeester.
Klaptafel en stoelen worden van boord gehaald en we genieten en ik besluit dat op mijn terugtocht te zijner tijd dit een overnachtingplaats wordt.
Na de lunch varen we de Maas weer op richting Namen en vlak na de kruising met La Sambre is aan bakboord de Port de plaisance de Jambes. Het is 15.30 uur en we liggen hier ook mooi, zo tegenover de Citadel de Namur. We gaan de stad in en drinken een biertje op één van de mooie pleinen van Namen. Een gezellige stad.


Het is dinsdag 14 juni en het weer is prachtig.

We douchen in een prima voorziening, ontbijten, afrekenen en tanken in deze haven. We hebben er 52 draaiuren opzitten en de pomp slaat af bij 140 liter. In Meppel zijn we vol weggevaren, hebben in Huy nog 30 liter met jerrycans er ingegooid , dus het verbruik ligt tegen de 3,5 liter per draaiuur. Dat valt me mee. Jammer dat er niet meer in gaat dan 200 liter, want 60 cent de liter is niet duur. Bij de grens straks nog maar eens bijvullen.

De Maas wordt nu echt heel mooi. We zien onderweg een prachtig kasteeltje aan het water liggen en nemen een foto vanaf het schip met op de voorgrond het vlaggetje van Pro Aqua.
Heel bijzonder is de tuin van een leuk landhuis waarin een heuse boot ligt dat als zwembad gebruik wordt.
De brug van de boot is tot duikplank omgebouwd en bovenop de plank staat een beeld van een man met een verrekijker. Wel lastig als je wilt springen om telkens die vent opzij te duwen, maar het kan ook zijn dat men er niet van afspringt omdat het te ondiep is. We weten het niet en er niemand aanwezig aan wie het kunnen vragen. Het varen gaat heerlijk, compleet cabrio, het dak is er af. Dat is toch wel heel prettig.

Binnen enkele uren zijn we in Dinant en gaan bakboord uit om aan te leggen. Aan stuurboordzijde liggen ook een paar boten, maar die zouden er illegaal liggen had ik ergens gelezen. Speciaal voor Nederlanders denk ik, die voor niks willen liggen.
Als later de havenmeesteres langs komt om af te rekenen, informeer ik ernaar.
Je kunt ook aan de overkant liggen, maar er is geen stroom of water en betaalt daarom iets minder. We liggen langs de kade waar redelijk veel auto’s langs rijden rond de spits en de capitainerie met de sanitaire voorzieningen ligt aan de overkant, precies daar waar de schepen liggen waarvan ik dacht dat die daar uit zuinigheid lagen.
Je ligt daar beter, het is rustiger, vlakbij het sanitair, maar de zon is ’s avonds eerder weg en zo is het altijd wat bij een ligplaats.
We liggen nu vlakbij het café Leffe en drinken daar Leffe.
De maaltijd vanavond is spaghetti à la Bolognese.
We hebben tijd genoeg vandaag en het achterdek wordt geschuurd en in de Owatrol gezet en in de grondverf.
“s avonds lopen we naar de andere kant waar ook een Doerak ligt en zowaar lid van de Doerakclub.
Het is de Vrouwe Heintje, een mooie 950 AK en de schippersvrouw of de vrouw van de schipper roept gekscherend tegen ons als we gedag zeggen: “Ik praat niet tegen jullie” .
Waarom niet?
“ Toen jullie vanmiddag kwamen aanvaren, lagen we er al en we zwaaiden volop naar jullie, maar jullie reageerden niet.” Zeker te hoog in de bol vanwege de cabrio.

Ik had niets gezien en al spoedig was het ijs gebroken en hebben we gezellig gepraat.
De volgende morgen bij ons vertrek heb ik de admiraalsgroet gebracht aan de Vrouwe Heintje en haar bemanning.

 

Woensdag 15 juni.

  We stempelen nog steeds bij elke sluis, maar we komen ook schippers tegen die het niet meer doen. Navraag bij de sluiswachter levert een typisch Belgisch antwoord: het moet wel, maar als het niet gebeurt, doen we er niets aan.
We stempelen rustig door, ik vind het veel te leuk om ze allemaal te hebben en stel je voor dat er vandaag bij de grens net de meest strenge sluiswachter is van heel België en die je terugstuurt om alsnog een stempel van een bepaalde sluis te halen.
Het waarom van de stempels wordt me niet duidelijk gemaakt.

Om 13.00 uur verlaten we met 5 andere schepen in flottielje België.
In de eerste Franse sluis “les quatre cheminées” moeten we een vignet kopen om op de Franse waterwegen te mogen varen.
Je hebt de keuze uit een aantal mogelijkheden variërend van een dagkaart om bijvoorbeeld de tunnel die een paar kilometer voorbij Givet ligt eens door te varen, tot een met een jaarkaart. Ik koop een jaarkaart om het toch de bedoeling om de boot in Frankrijk te laten overwinteren.
Dat kost € 224,90 voor een schip met een oppervlakte tussen 25 en 40 m².
We krijgen een factuur en een sticker die zichtbaar op het raam moet worden geplakt.
De formaliteiten zijn voorbij, de certificaten zijn getoond en we ontvangen een geel zendertje waarmee we de geautomatiseerde sluizen kunnen bedienen.
Op naar Givet om inkopen te doen.

14.00 uur.Op het terras op het plein van Givet bestellen we stokbrood en bier. Het is heerlijk weer en we besluiten om in Givet te blijven liggen.
We gaan inkopen doen en vanavond staat lamskotelet op het menu.
Na terugkeer op de boot, ga ik slapen, ik ben moe.
Aan het eind van de middag verven we het achterdek. Het is nu lichtgrijs.
We liggen mooi in Givet en ook in deze stad is een citadel.
Het is nog 80 kilometer naar Charleville- Mezieres. We gaan er 3 dagen over doen.

 

Donderdag 16 juni.

 

De douche gaat niet eerder open dan 09.00 uur. Een vreemde regeling, maar we benutten de tijd om stokbrood te halen, te ontbijten en de watertank te vullen.
Vrij snel na het vertrek uit het leuke plaatsje Givet , komt de tunnel van Ham, lang 600 meter.
De tunnel is niet verlicht, dus een goede schijnwerper is nodig, anders vaar je tegen de stenen kant op. Eerst is er de sluis die we bedienen met het zendertje dat we bij de grens hebben ontvangen. Een paar honderd meter voor de sluis staat een bord waarop aangegeven wordt dat de knop op de zender moet worden ingedrukt . Als bewijs van ontvangst gaat een oranje zwaailicht aan.
Als de sluis vrij is, gaat het licht over van dubbel rood naar rood/groen. De sluis loopt leeg, de deuren gaan open en we kunnen naar binnen. We leggen aan en ik pak de blauwe stang en achter ons sluit de deur. Als de sluis vol is, gaan de deuren open en daar is de tunnel.
Boordlichten aan, schijnwerper aan en daar gaat ie. Wat een bijzondere ervaring.
Het is éénrichtingverkeer en de scheepvaart wordt door sluiswachters in de gaten gehouden. We komen de tunnel uit en daar is een wachtplaats, waar we inderdaad moeten wachten omdat er een spits in ligt, blijkt even later als de deuren opengaan.
Wat gaat dat langzaam. Het schip is volgeladen en ligt diep. Een van de opvarenden loopt naar voren en peilt en foetert op z’n Frans dat de tirant d’eau n’ést pas normal. Ondiep begrijp ik. Het is een bijzonder ervaring, die sluisjes en die tunnel. Prachtig.

Tegen lunchtijd leggen we aan in Haybes, een leuke aanlegplaats. We kopen stokbrood en genieten van het mooie weer. We gaan verder naar Fumay. We kunnen nog net aanleggen en liggen aan een kade met prachtige oude huizen.
Op de kade wordt petanque gespeeld. Ik sta te kijken en wordt vrij snel uitgenodigd om mee te spelen. We spelen 3 tegen 3. Mijn medespelers zijn Rosa en Maria, vrouwen van een jaar of zeventig die het goed kunnen. We verliezen omdat de tegenpartij de plaatselijke kampioen heeft.
Heerlijk om weer in Frankrijk te zijn. We doen inkopen en voor vanavond staat paella op het menu. Heel lekker.
’s Avonds willen we in een café nog een biertje drinken, maar dat valt niet mee.
Franse cafés munten niet uit door gezelligheid en na veel omzwervingen belanden we in café Sport, de rest is dicht om 10.00 uur. Een ongezellig café met goed bier. Een plaatselijke CD- draaier zit achter de draaitafel. Er zijn nog 6 mensen. Er wordt gedanst en wat later komt een enigszins aangeschoten Fransman binnen en er ontstaat ruzie. We proberen het te volgen. Volgens ons is het de vriend van één van dames en hij was niet komen opdagen op een afgesproken tijdstip. Het gaat er in woorden hard aan toe. De kroegbaas neemt de man mee naar buiten en probeert de zaken te sussen. We nemen er nog één, want het wordt nu wel interessant. De boze dame wordt ook aangesproken door één van de gasten.
De ruzie wordt niet bijgelegd, de man vertrekt en de muziek gaat weer op volle toeren. De boze dame gaat dansen en wij betalen en gaan naar de boot. Zo werd het toch nog leuk in het ongezellige café.

 

Vrijdag 17 juni.

  Bij de controle moet er veel koelvloeistof in. De wierpot is ook goed vol . Na de dagelijkse controle gaan weg.
We varen ongeveer 15 minuten en ik zie de temperatuur oplopen boven de 80 graden. Ik vind ook dat de motor een geluid maakt dat ik anders niet hoorde. Het stinkt en er komt veel rook uit de uitlaat. Motor uit, luik open. Wierpot is leeg. Wat nu. Ik bel Henk van Pro Aqua. Wat een gemak toch en mobieltje aan boord.
Hij vermoedt dat de aanvoerbuis onderin goed verstopt zit en een hoge drukspuit kan dat oplossen. Die heb ik toevallig niet aan boord. We besluiten terug te keren naar Fumay. Bij het keren komen we Don tegen, de Nieuw Zeelander waarmee we in Zuid Limburg waren opgetrokken. We roepen dat we motorpech hebben . That is a pity en hij vaart door. We zijn verbaasd over die mentaliteit. Ik denk dat zijn ware wedstrijdmentaliteit met lange afstandraces op zee op dat moment overheerste.
Een Nederlandse boot draait bij en vraagt of hij kan helpen. Hij had toevallig ook geen hoge drukspuit aan boord, we bedanken hem en varen voorzichtig terug naar Fumay.
We leggen aan en er is een schipper zijn schip aan het afspuiten.
Ik krijg een idee, stop de waterslang in de aanvoerbuis van de wierpot, we knikken de slang, de kraan gaat vol aan . Er komt even water naar boven, maar dan niet meer. Ik raag de slang een paar keer door de buis en Ton ziet buitenboord de belletjes naar de oppervlakte komen. De verstopping is weg. Ik vermoed dat het koelsysteem de dag ervoor in de wachtruimte na de tunnel is vol geraakt met gras en takjes die daar in het water dreven. Er was daar pas gemaaid en gesnoeid en we lagen dicht bij de kant.

We gaan weer op pad en de koeling doet het goed. Weer wat geleerd!

De Maas is hier werkelijk prachtig.
We passeren “les dames de Meuse”, drie vrouwen die volgens de legende in rotsen zijn veranderd door overspel. In de Navicarte nummer 9 staat het in drie talen vermeld:”épouses infidèle, unfaithful wives, ehelichen untreue”. Gestraft door colère divine, divine wrath, maar in het Duits wordt niet verteld wie de gedaanteverwisseling deed.
Ik vermoed dat heel die streek overspel pleegde, want er zijn ontzettend veel rotsen, alleen de grootte verschilt.
We houden onze aandacht verder bij het water, want wie weet kom je Die Lorelei nog tegen .
Tegen vieren leggen we aan in Bogny. Als we de trap opgaan, zien we een café en een supermarkt, dat is wel heel handig. Op het terras van het café overleggen we wat we zullen eten. We gaan de supermarkt in en vinden daar magret de canard. Dat wordt weer smullen straks in het zonnetje op het dek. Het leven kan slechter zijn.

We zijn een groot gedeelte van de dag de sluizen gepasseerd met  voor ons een oude Rijkswaterstaat- of Douaneboot uit Waddinxveen. De schipper klimt via de sluistrap telkens omhoog om eerst de lijnen van zijn schip vast te maken en neemt dan vervolgens onze lijnen in ontvangst, legt ze om de bolder, en geeft ze terug. We hoeven het schip niet af. Lekker makkelijk.
Bij de binnenkomst in Bogny was er nog maar één plaats aan de nieuwe steiger, waar ik wel tussen kon en zij niet. Ze voeren iets verder naar een kade die op de kaart wel was aangegeven, maar met de mededeling dat er geen goed pad vanuit het dorp naar toeliep.
Later op de avond zijn we er naar toegelopen en troffen daar ook de Doerakmensen aan die we in Dinant ook hadden ontmoet. Gezellig gepraat.

 

Zaterdag 18 juni.

 Onrustig geslapen. Bovenaan de trap stond de plaatselijke jeugd nogal luidruchtig te zijn. Veel gejoel plotseling, maar waarom kon ik niet zien. Ik ben er maar niet uit gegaan.
Dick en Ton hadden niets gehoord. Zal een schipper dan toch waakzamer zijn dan de rest van de bemanning?
Die ochtend viel het me op dat er telkens Fransen boven aan de trap stonden te praten en te wijzen naar het beeld, ik vermoed een impressie van Jeanne d’Arc, dat ik gisteren nog fier zag staan en dat nu uit het lood stond.
Ik liep de trap op en nu stond ook de cafébaas erbij. Er gingen wat Franse verwensingen aan het adres van de vandalen die behalve het beeld met sokkel en al scheef hadden getrokken, ook op de intieme locaties van het vrouwenbeeld rozen hadden gestoken die uiteraard geplukt waren uit een bloemenbak.
Ik sprak met de café-eigenaar en vertelde van de nachtelijke onrust en hij vertelde mij dat hij het beeld gemaakt had en ook nog voor eigen rekening. Het stond er pas een week.
In de supermarkt heb ik uitgebreid gesproken met de eigenaar over het flessengas systeem in Frankrijk. Bij de supermarkt stonden wel 8 soorten flessen, groot, klein, butaan, propaan.
De Nederlandse sluiting is anders en past niet, maar dat wist ik.
Mijn gas is nog niet op, maar als het zover is, dan is er geen depot in de buurt.
Dus ik heb daar een handige gasfles gekocht van 10 liter, die in heel Frankrijk om te wisselen is en een 10 literfles is niet zwaar en kan achter op de fiets, als het nodig is. De drukregelaar kreeg ik cadeau. Er moesten wel wat formulieren ingevuld worden met adresgegevens en het doorschrift moest ik goed bewaren, anders kreeg ik het statiegeld niet terug.

We gaan varen en daar is de boot uit Waddinxveen weer. De sluizenrol is weer hetzelfde als de dag ervoor en de schipper vindt dat geen enkel probleem.
Om 12.00 uur zijn we in de nieuw aangelegde haven van Charleville en hebben vlak daarvoor de schipper en zijn vrouw van de Rijkswaterstaat boot gedaggezwaaid. Zij gaan verder richting Sedan.
De haven is groot en ligt bij een camping, waar alle sanitair aanwezig is. Het mooist lig je eigenlijk vlak voor de invaart aan stuurboordzijde aan de steigers die ook aan de camping liggen en tevens een mooi uitzicht hebben op de oude stad. Maar daar is het vol en ik wil trouwens een ligplaats die goed in het zicht ligt en waar geen mensen langs lopen. De boot moet hier 14 dagen liggen, want het eerste gedeelte van de Tour de France zit er op.
Corrie , mijn vrouw is 24 juni jarig en volgende week heb ik ook een afspraak om bloed te prikken voor de 3 maandelijkse controle van de CEA waarde, een methode om de aanwezigheid van nieuwe kankercellen te ontdekken.
Het waren schitterende 14 dagen, met mooi weer, een fijne bemanning, heerlijk eten, veel belevenissen en ik voel me sterk.

Ik maak afspraken met de beheerder van de camping, tevens havenmeester. Zij bellen als er problemen zijn en zullen elke nacht surveilleren als ook de ronde op de camping wordt gemaakt. Ik zocht in mijn beste Frans naar een equivalent voor “oogje in het zeil houden” en terwijl ik wat koeterwaals sprak, kwam daar het surveilleren naar boven en het was duidelijk.
We verkenden de werkelijk leuke stad Charleville Mezières met zijn prachtige Place Ducale, gingen ter afsluiting heerlijk uit eten en vertrokken de volgende morgen met de trein van 10.15 uur naar Nederland. Tot over 14 dagen, dan verder met Corrie richting Parijs.

 A bientôt.

Reactie of vragen naar jackvlieland@cs.com